(veredeld voor het project Maasdijk Fruitdijk 2011)

Appels:

 - Dirkappel:
Een heerlijke september-appel , heerlijk voor de appelmoes en de hand. We vonden nog één boom van deze vroeger veel in deze contreien geteelde appelboom in Genderen. Nergens te koop, alleen bij ons. De enige appel die je schijnt te kunnen poffen!

- Giessense Rozenappel:
Het is een appel met een prachtige grootbloeiende bloesem, teruggevonden in Giessen. Handappel. Giessense Rozenappel is een werknaam, determineerders zijn er nog steeds niet uit, welk oud ras dit nu werkelijk is.

Meer rassen: Lees meer...

 

    
-Eethense Wijnappel:
Hèt streekproduct bij uitstek: de door de Branderhorsten in Eethen ontwikkelde hand- en moesappel met een hele lichte kleur. De boom maakt een beetje hol hout, zet hem dus niet op de wind!  Een zeer sappige handappel, tot na Kerst bewaarbaar. Zeer geschikt voor appelwijn.

-Fijn Hempje:
Onder deze naam werd ie in 1967 nog op de veiling in Gorinchem aangevoerd. Rassendeskundigen kennen het Fijn Hempje niet, zij denken dat het (een zomervariant van) het Zijden Hempje is, ook wel de Tarweappel of de Zomeraagt genoemd. Augustus-handappel. Oeroud inheems ras.

- Gamerse Zure:
Deze appel behoort tot het 'Sortiment voor Brabant' van rond de jaren '20. Een echte appelmoesappel, groot, vroeg, mooie bonkige vorm. Streekras afkomstig uit Gameren, aan de overkant van de afgedamde Maas.

- Kafappel:
Jan Burghout, de hovenier uit Almkerk, heeft deze appels zelf in zijn tuin: een oude Kafappel, onbekend bij rassendeskundigen, maar door ons her-ontdekt in een boekwerkje uit 1933. Hoorde bij het Brabants Sortiment. Ze worden erg groot. Sierlijke conische vorm. Het verhaal van de kafappel is dat deze vroeger een sappige snack was, als men thuis, met de hand het koren ging dorsen. Het harde werken in het stoffige kaf gaf daarbij een droge mond. De kafappel bood uitkomt.

- Kaneelzoet:
Een stoofappeltje. Ouderwets, maar heerlijk.

- Spaanse of Dubbele Grauwe Guldeling:
Dit is echt een heel oud ras waarvan we één boom terugvonden in Genderen. Dit al in 1758 in het eerste rassenboek vermelde ras werd uitgestorven gewaand. Aparte, echt robuuste oude vorm, aparte groen-gelige kleur. 

- Zoete Dolfijn:
Dé ontdekking in 2007: Een verschrikkelijk oud ras van stoofappeltjes, waarvan men dacht dat deze verloren geraakt waren.

- Zomeraagt:
Bij deze bomen moeten we het voorbehoud maken of dat deze bomen werkelijk dit ras zijn, er wordt nog onder de pomologen onderling over gesteggeld of ie het echt wel is. In elk geval hebben we hem de werknaam Zomeraagt meegegeven omdat ie wel heel erg op dat hele oude ras lijkt.  Hand- en moesappel.

-Zomercitroenappel:   
Hier zijn we heel trots op: een uitgestorven gewaande zomerhandappel, al genoemd in 1758, lekker fris met  een kelk in citroenvorm, heel apart! Teruggevonden in Giessen.

Peren:

- Comte de Chambord:
Een ras uit de jaren dertig, dat bij ons in de streek in Werkendam en Meeuwen teruggevonden werd. Grote, sappige handpeer.

- Dirkjesperen:
We vonden diverse oude Dirkjesperen, lekkere handpeertjes. Oudere mensen uit de streek kennen ze nog.

- Haantjespeer:
Deze handperen heten ook wel Westfries, komen dus uit Noord-Holland, maar zijn daar spoorloos. Wij vonden ze in Genderen, Wijk en Giessen. We exporteerden enthout naar Noord-Holland, maar we hielden mooi enthout hier. Smakelijke handpeertjes.

- Janbaas:
De vroegste peer, 18 juli rijp. Lekker snoepachtige smaak. Mooi rood blosje. Vroeger veel geteeld, nu verdwenen, op enkele bijna dode bomen in Werkendam na, en een gezonde boom in Wijk, waarvan wij enthout namen.

- Knolpeer:
Een ras dat we alleen in deze contreien kennen en daar nog veel voorkomt op oude boerderijen. Een knolvormig peertje, stoofbaar in september, uit de hand eetbaar in oktober, met eigen specifiek aroma. Groeit recht omhoog tot stoere boom.

- Kilse Suikerpeer:
Uit de boomgaard van de oude Dussense klompenmaker redde de ANV zes sprietjes van de Kilse Suikerpeer. Kila Sucra, zei de oude klompenmaker liefkozend. De peer is kennelijk afkomstig van de buurtschap Kille. Oude fruitrassendeskundigen denken dat het minstens een zeer nauwe familie is van een peer die in de 17e eeuw aan het Franse hof als delicatesse gold. Lekker sappige handpeer.

- Kruidpeer: 
Wij vonden deze vroege stoofpeer uit Genderen, daar “Kruidpeer”genoemd. Oud ras van rond 1900.

- Lange Lijs:
Een Brabantse naam voor een heel oude peer, die ook wel de naam Brusselse peer heeft. We vonden hem in Broek als hoogstam en in Almkerk als leipeer. Frisse peer , groot, al in augustus, bij mooi weer zelfs eind juli, handpeer. Verdient een plek niet pal op de westenwind.

- Roem van Altena:
Dè peer die verbonden is met de streek. Ontwikkeld in België door de nazaten van de Heer van Altena, de Borchgrave van Almkerk.  Een stoofpeer die rood wordt en smakelijk zonder dat je suiker hoeft toe te voegen.  Heeft daarom de bijnaam: Belgische bakpeer. Houdbaar tot in april!