Wat is een bloemrijke rand?
Algemene eisen ten aanzien van inrichting en beheer
De rand heeft een breedte van tenminste 3 en ten hoogste 6 meter en een lengte van tenminste 25 meter; voor een rand langs een ecologische verbindingszone geldt echter een breedte van ten hoogste 25 meter;
De rand wordt ingezaaid met een in overleg met de veldcoordinator samengesteld mengsel met inheemse grassen en kruiden of er worden éénmalig gunstige randvoorwaarden gecreëerd voor een spontane ontwikkeling van de vegetatie, tenzij de aanvrager verklaard dat er reeds 10 plantensoorten in de rand aanwezig zijn.
De rand wordt maximaal 2 en minimaal 1 maal per jaar gemaaid en het maaisel wordt binnen 15 dagen na het maaien afgevoerd; tussen 1 april en 1 juli is maaien niet toegestaan. De periode tussen twee maaibeurten is minimaal 3 maanden;
De rand wordt niet bemest en er wordt geen slootveegsel en/of – bagger opgebracht;
De rand wordt niet beweid en bij beweiding van de aanliggende gronden is een raster aanwezig dat zich op de grens van het element met het aanliggende landbouwperceel bevindt;
Het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen in het element is niet toegestaan m.u.v. pleksgewijze bestrijding van akkerdistel, ridderzuring, Jacobskruiskruid en Japanse duizendknoop;
De rand wordt niet gebruikt als pad behoudens het incidentele gebruik als onderhoudspad voor het schouwen van de aanliggende sloot of het uitvoeren van onderhoud aan het element zelf.
Beheervergoeding voor 2011
R1: € 8,42 per are per jaar
Bij de aanleg van een nieuw element kan aanvullend aan de jaarlijkse beheervergoeding ook een jaarlijkse vergoeding worden aangevraagd voor de gederfde inkomsten en een eenmalige vergoeding voor de aanleg.
Indien de rand wordt gecombineerd met de aanleg van een van de Landschapspakketten (pakketten met een L-nummer) kan voor de rand ook een eenmalige bijdrage worden aangevraagd voor de waardedaling van de grond.
Copyright en webdesign: WKcreation